1001 Gedichten

1001 gedichten

Zet ook uw gedichten op 1001Gedichten.nl

Heeft u nog geen account? Meld u gratis aan!

Korte verhalen check: 1 + 1 =3

1
datum 01-06-13 13:41
startpost
Verwijderde gebruiker
avatar Berichten: 32
Dit heb ik voor een schoolopdracht geschreven. Het moest een fictief verhaal zijn en er was maar één regel: de titel moest '1+1=3' luiden. Wat vinden jullie ervan? Heeft iemand nog tips?

1 + 1 = 3
Ik kijk naar mijn handen, naar de zes aanwezige vingers en de plek waar nu enkel een herinnering over is. Ik heb om elke vinger een gekleurde ring, zoals iedereen dat heeft. De kleuren zijn op volgorde van de regenboog gekozen, al millennia geleden. Ik herinner me nog dat mijn moeder me het verhaal vertelde, toen ze me er oud genoeg voor achtte.
Ik was vijf en zat zwijgend bij mijn moeder op schoot, mijn hoofd tegen haar borst gevleid. Ze streelde mijn haar, alsof ze me gerust wilde stellen, maar ik had het idee dat ze eerder zichzelf gerust probeerde te stellen, want ik voelde me prima. Ik had me jaren op dit moment verheugd. Ik had me zolang afgevraagd waarom ik mijn ringen droeg, maar niemand die het me ooit had willen vertellen. Mijn moeder had altijd gezegd dat het met de Veertien Wijzen te maken had en dat ik dat zou horen als ik ouder was. Ik was nu eindelijk oud genoeg. Ik was al vijf jaar oud. Maar ik had nooit verwacht dat het zo lang zou duren.
Ze was gestopt met praten. Haar zwijglied klonk helder. Ik draaide mijn hoofd om haar bemoedigend aan te kijken. Ik verzonk in de onbegrensde diepte van haar heldere, groene ogen, ogen die te veel gezien hadden voor één leven. Ze glimlachte droevig en vervolgde op zachte toon. Ze streelde voorzichtig mijn linkerhand en keek er afwezig naar met haar gedachten elders, iets wat ze altijd deed als ze hieraan terugdacht. Ik vond het vervelend, maar voor deze ene keer trok ik mijn hand niet terug.
Iedereen had aan elke hand drie vingers en aan één hand nog één extra. De mijne zat rechts. Ik had mijn middelste vinger beter links kunnen hebben voor het evenwicht, want ik was al vroeg mijn tweede vinger verloren. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit mijn oranje ring heb gezien. De traditie van de ringen is al lang geleden tot stand gebracht. Elke ring staat voor een hoofdzonde en elke vinger draagt een ring. Het is het principe van de Veertien Wijzen, die ons onze ringen hebben gegeven om onszelf en elkaar tegen hoogmoed, hebzucht, onkuisheid, jaloezie, onmatigheid, wraak en luiheid te beschermen. Ik had mezelf echter niet kunnen beheersen, daar heb ik altijd moeite mee gehad. Ik ben mijn tweede vinger verloren, een gebeurtenis die ik alleen pijnlijk heb gevonden, maar waarover ik mijn moeder nog steeds ’s nachts jammerlijk kan horen huilen. Ik heb haar jammerklachten nooit begrepen, zelfs niet nu ik zestien ben, maar het scherpe groen, wit en rood van de binnengedreven uitspraken verwondt me in gedachte al. Avaritia. Ik heb het zo vaak gehoord, soms kreten doorspekt met verdriet, soms nauwelijks hoorbare fluisteringen. Ik heb mijn vader ooit de betekenis horen fluisteren, vlak voor hij vertrok, maar ik ben het al jaren vergeten. Waarom zegt ze me dan toch nooit wat het betekent?
Ik verdween langzaam in een slaap vervuld van herinneringen. Ik hoorde op de achtergrond nog het monotone geluid van mijn moeders voortkabbelende stem. Klanken gingen verloren in de nuances die ik eraan gaf. Ik dreef af over de golven van haar stemgeluid naar een dag lang geleden.
Het was een sombere dag geweest. Het was de eerste week van de herfst, wat betekende dat de zon niet te zien was. De mensen waren bedroefd, omdat ze wisten dat ze de zon de komende zes maanden niet meer zouden zien, alleen de reflecties ervan in de drie manen boven ons. De gure wind en spetterende regen maakten het er niet beter op. Mensen en dieren hadden zich teruggetrokken waar het droog was. En de bomen, waarvan het lot was al hun leed maar te dragen, stonden gebogen in eeuwig zwijgen. Zelfs het ruisen van de bladeren was gestaakt.
Ik contrasteerde met mijn omgeving. Laela en ik, alleen wij waren buiten. Wij waren altijd buiten. Regen of wind, het maakte ons niet uit, zolang het maar niet onweerde, want daar was ik bang voor.
Mijn uitbundige vreugdekreten schalmden door de straten. Zo was ik altijd geweest en zo ben ik nog steeds: uitbundig. Ik kan om een lolly al een vreugdedansje doen, maar ik heb iemand ook een keer bijna een oog uitgestoken, toen hij mijn knuffel pakte. Gelukkig griste zijn vader hem net op tijd bij mijn klauwende handen en woeste verwensingen vandaan.
Nadat Laela en ik kikkers hadden proberen te vangen in de sloot achter mijn huis, lieten we ons schaterend van het lachen op het gras vallen. Het gelach naast me verstomde plotseling. “Prodice?” hoorde ik Laela vlak naast me onzeker vragen. Ik hapte nog naar lucht door mijn lachstuip, maar ik rolde op mijn buik om haar aan te kunnen kijken. “Ik denk dat het gaat onweren.” De humor van de grap was ik opeens compleet verloren en ik keek haar angstig aan. “Waarom denk je dat?” Ze wilde met haar tweede vinger richting het stadhuis wijzen, maar ze wisselde snel voor de vierde vinger, die bij haar links zat, alsof ze me iets wilde besparen.
Een donderklap beukte me uit mijn vrolijke stemming de realiteit in. Angst golfde in donderblauwe driehoeken over me heen. Onweer. Ik zocht verwoed beschutting in de vuilcontainer naast het veld en maakte me zo klein mogelijk. Ik hoorde Laela daarbuiten jammerend om mijn aandacht zeuren. Zij kon niet goed klimmen en kwam er alleen in als ik haar omhoogtrok, maar ik durfde niet. Het onweer zou me krijgen. Ik moest me verschuilen. Laela moest maar voor zichzelf zorgen. Ik trok de deksel omlaag en kroop in elkaar met dichtgeknepen ogen. Ik zat stoïcijns met mijn handen over mijn oren om het geluid van de donder te verstommen. Ik hoorde niets behalve mijn eigen gedachten en angsten en een enkele keer een donderklap.
Een onverwachte flits deed de vuilcontainer in een fel licht baden. Eén van mijn vingers voelde aan alsof hij in brand stond. Ik was geraakt! Maar nee, nee, dat kon niet. Ik was niet geraakt. Ik schreeuwde het uit van de pijn en keek verbouwereerd naar mijn linkerhand, de bron van de pijn. Het besef drong tot me door dat ik één van mijn vingers kwijt was, de tweede.
Twaalf jaar later roept dit nog steeds vragen bij me op. Was dit de wraak van de Veertien Wijzen? Ik wist maar al te goed dat de tweede ring voor hebzucht stond en ik had Laela afgewezen om mezelf te beschermen. Angst, pijn en onvermogen strijden in mij om de voorrang. Ook de groenbeige spijt baant zich een weg door mijn geest. Was dit waar de vingers en de ringen voor stonden? Het maakt niet uit. Ik zou hoe dan ook moeten leven met een hand met vier vingers en een hand met twee vingers en een lege plek.
Opeens schiet het woord van mijn vader me weer te binnen: hebzucht.
datum 01-06-13 13:51
reactie 1
Patros-Fibros
avatar Berichten: 4572
Goed verhaal
datum 01-06-13 18:10
reactie 2
Verwijderde gebruiker
avatar Berichten: 244
ik vind het echt fantastisch! is er nog een vervolg?
datum 02-06-13 09:52
reactie 3
Verwijderde gebruiker
avatar Berichten: 32
Dank je. Dat was ik niet van plan, aangezien het een schoolopdracht is en het niet langer mag dan dit. Ik zou eerlijk gezegd ook niet weten hoe het verder zou moeten gaan.
Naar boven

1

Reageren op: 1 + 1 =3

Reageren is alleen mogelijk als u ingelogd bent, klik hier om in te loggen. Heeft u nog geen account? Klik dan hier om u te registreren.