Jutta Garali
De stoomboot zette koerst naar het IJsselmeer,
De golven kolkte en de boot ging heftig op en neer,
De schuit was al jarenlang verouderd en versleten,
De piepende moeren en bouten bewezen dat geweten,
Sint keek bijna als een piraat over de woeste zee,
“land in zicht” riep een piet al vanuit het kraaiennest tevree,
De pieten kwamen nu als mieren in actie,
Alleen de groepering van het stel was al een ware attractie,
“Kalm blijven allemaal” riep sint met autoriteit in zijn stemgeluid,
“We dokken aan ginder, breng mijn schimmel in gareel, vooruit”
De schimmel werd van stal gehaald, en sint beklom het dier gracieus,
Enkele minuten later stonden ze volgens plan aan wal, iets wat serieus,
“waar beginnen we?” vroeg bijdehandpiet aan meester sinterklaas,
“In een dorpje Heiloo” antwoordde sint als een echte baas,
Cadeaupiet en klerenkastpiet vervulde de rol als pakezel,
Maar sint had ze goed voorbereid, ze aten naast vet ook vezel,
Het clubje verliet Den helder op weg naar een plaatsje bij Almaar,
Dit is het begin van een avontuur, en geloof me die is heel zwaar,
“Jutta is weer de gelukkige” bulderde sint weer tegen de pieten,
De pieten waren vermoeid en aan het weer te zien ging het bijna gieten,
“zij is altijd zoet geweest, vanaf ze al een klein meisje was”
Las bijdehandpiet predicerend voor met een huppel in zijn pas,
Sint keek in gedachten naar de minder zoete wolkenpartij,
“ik weet wat we zullen geven” zei sint met handen in z’n zij,
Mopperpiet was nu al aardig aan het mopperen geslagen,
“hou toch eens je mond” schreeuwde sint geïrriteerd van al dat plagen,
Een piet zei “We zijn er al bijna, wie had dat zonder navigatie gedacht?”
Sinterklaas bleef sceptisch over dit bericht en riep ineens “wacht!”
“waar zijn cadeau- en klerenkastpiet?” “zij zijn het belangrijkst in deze rit!”
“ze waren hun veters aan het strikken, en klerenkastpiet zag een beetje wit”
Sint draafde in luid galop terug naar de route die ze hebben gelopen,
Klerenkastpiet zag hij het eerst, hij lag vermoeid op het gras met zijn ogen wagenwijd open,
Cadeaupiet schreeuwde uit de verte “we kunnen niet meer sint, we zijn doodop!”
“leef je nog?” vroeg sint aan klerenkast, “sorry sint, deze rit kost zowat mn kop”
“spring maar achterop allebei, knoop de cadeautjes maar aan het paard”
Als een sprookje galoppeerden ze terug, dit maal met wat extra vaart
De schimmel wankelde op zijn ervaren witte benen,
Sint merkte dit op, en klom van het dier en gaf het wat penen,
“we rusten even uit allemaal” zei sint die nauwelijks wat had gedaan,
Maar ja, hij was eenmaal de oudste, daarom trof het hem ook geen blaam,
“nog 100 meter” zei de piet stellig uit het kraaiennest,
“goddank” dacht de sint die dacht dat hij het had verpest,
Jutta, een vrouw die heel veel geeft,
Mensen weet te vermaken en in harten leeft,
Warmte weet te scheppen, zorgt dat je niets mist,
Gezellig een praatje maakt en altijd vrolijk is,
Was getekend door sinterklaar, haar kennende in zichzelf,
“we zijn er jongens!” zuchtte sint klokslag kwart voor elf,
peter kummer
20-11-2008
Er is 6 keer gestemd.
Onbekend
Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!
Wilt u direct kunnen reageren zonder elke keer naam en e-mailadres in te voeren? Meld u hier aan voor een account!