VIER BROODJES EN EEN KRENTENBOL

VIER BROODJES EN EEN KRENTENBOL

Vier broodjes en een krentenbol
Die hadden samen reuze lol
Ze waren ’s ochtends vroeg gesmeerd
En spraken zeer geanimeerd
En vrolijk, over maar één ding:
Ze gingen naar de Efteling!

Iedereen was vroeg opgestaan
En daarna naar de trein gegaan
Meneer en ook mevrouw De Vries
Samen met Kareltje en Lies
En met de thermosfles met thee
Mochten toen ook de broodjes mee!

Een groot geluk bij alles was:
Ze zaten in een plastic tas
Die niet bedrukt was met reclame
Ze keken dus door een soort ramen
En niemand hoefde er te zeiken
Dat ie iets niet goed kon bekijken

De stemming was dus reuzeleuk
Maar daarin kwam een kleine deuk
Toen even voorbij Rotterdam
Meneer De Vries een broodje nam
De dupe werd het broodje kaas
De keuze viel op hem helaas

Hoewel de broodjes hem wel misten
Lieten ze zich daardoor niet kisten
Na korte tijd kwam al weer vlug
De goede stemming weer terug
En zongen ze daar in de trein
Van datteme toffe jongens zijn!


Maar toen zei Liesje: “Als ik mag
Wil ik graag het broodje hagelslag”
En legde dus al weer een broodje
Op die manier geschokt het loodje
Wat, zei het broodje schouderham
De sfeer niet zo ten goede kwam

Maar ja de tijd heelt alle wonden
Zodat de broodjes zich hervonden
De krentenbol zei: “’t voordeel is,
Dat er nu veel meer ruimte is
En na een goed vertelde mop
Knapte de stemming weer wat op

Die daarna weer behoorlijk zakte
Toen Kareltje een broodje pakte
Terwijl hij zocht naar zijn kadetje
Deed iedereen een schietgebedje
Het broodje rosbief was de klos
Een paar minuten voor Den Bosch

De krentenbol en ’t broodje ham
Schrokken zich uiteraard weer lam
Het broodje ham zei zeer ontdaan:
Dit kan toch niet goed blijven gaan?
Daarna klonk stemmig hun duet:
Het mooie lied van het potje met vet

Maar in de duisternis kwam licht
Want nu kwam Kaatsheuvel in zicht
Verheugd was ook het broodje ham
Waaraan weer snel een einde kwam
Mevrouw De Vries nam nu een broodje
Het broodje ham ging naar zijn grootje


De krentenbol zat zacht te zingen
En telde al zijn zegeningen
Hij dacht: “Als ik het mag beleven,
Blijf ik misschien nog net in leven
Maar toen werd hij, ja ’t is beroerd
Daar aan de eendjes opgevoerd

© Copyright Hans Erkamp

Ingezonden door

Hans Erkamp

Geplaatst op

29-10-2015

Over dit gedicht

Over valse hoop

Tags

Broodjes Dagjeuit Trein