1001 Gedichten

1001 gedichten

Zet ook uw gedichten op 1001Gedichten.nl

Heeft u nog geen account? Meld u gratis aan!

Print dit gedicht
vorige gedicht

SNEEUWWITJE

SNEEUWWITJE

Sneeuwwitje was een leuke meid
Van amper twintig jaar
Ze had een prachtig blanke huid
En ook heel mooi zwart haar

Haar stiefmoeder, de koningin
Die was ook heel erg mooi
Wanneer ze zich had opgetut
Met haar juwelentooi

En elke dag vroeg die koket
Haar spiegel aan de wand:
“Zeg spiegel wie is volgens jou
De schoonste in het land?”

Waarop de toverspiegel zei
“Ach jee!” en “Goeietijd!
Dat weet u nou toch wel een keer
Dat bent u Majesteit”

Zo ging dat vele jaren en
Sneeuwwitje werd steeds knapper
Naarmate dat ze ouder werd
En dat zei ook haar kapper

Maar toen kwam er een kwade dag
Toen in de morgenstond
De opgetutte koningin
Weer voor de spiegel stond

Want na de weer herhaalde vraag
Wie of de mooiste was
Zei plotseling de spiegel nu
Dat dit Sneeuwwitje was


De koningin zei toen lijkbleek:
“Heb ik dat goed gehoord?
Als dat toch werkelijk waar is
Geloof ik dat ik haar vermoord!”

Kwaad riep ze toen naar de lakei:
“Ga nu de jager halen!”
En zei toen die gekomen was:
“Ik zal je goed betalen”

“Sneeuwwitje moet je meenemen
Naar ’t Grote Zwarte Woud
En als je aangekomen bent
Dan maak je haar snel koud”

De jager durfde het niet aan
Om hierop nee te zeggen
Hij dacht: “Als ik dit weiger
Moet ik zelf het loodje leggen”

Dus ging hij naar Sneeuwwitje toe
En zei: “Ik neem je mee
In opdracht van de koningin
Gaan wij nu met zijn twee

Naar ’t Grote Zwarte Woud
En rijden op mijn paard zijn rug
Want dat gaat heel gemakkelijk
En bovendien ook vlug”

Sneeuwwitje vond het wel wat vreemd
Maar dacht: “De koningin
Heeft het bevel gegeven dus
Ik geef hem maar zijn zin”




Maar toen ze na een dag of twee
Daar aangekomen waren
Stond daar de jager op die plek
Haar heel vreemd aan te staren

En de prinses zag plots een mes
Dat hij tevoorschijn bracht
En heel verschrikt dacht ze toen daar:
“Dat had ik niet verwacht!”

“Ach jager! Sprak Sneeuwwitje toen
Moet ik nu hier gaan sneven?
Wanneer ik je toch bidden mag
Laat mij alsjeblieft leven!”

De jager sprak: “Vooruit dan maar
Ik ga mijn paard bestijgen
Om je te doden kan ik niet
Over mijn hart verkrijgen”

“Maar kom nooit meer naar huis terug
Die raad wil ik je geven
Want zou je dat ooit nog eens doen
Dan kost je dat het leven!”

Zo bleef Sneeuwwitje achter dus
In ’t Grote Zwarte Woud
Toen ging het heel hard regenen
En het werd ook heel koud

Sneeuwwitje dacht: “Wat moet ik nu
Beginnen hier alleen?
In dit enorme woud waar moet ik
Toch in Godsnaam heen?”




Maar net toen er een einde aan haar hoop
Leek te gaan komen
Zag ze ineens een huisje
Verderop tussen de bomen

Toen is ze er met kloppend hart
Haastig naar toe gelopen
“Nou ja!”, zei ze, “Da’s een geluk,
De deur die staat nog open!”

Daarna is ze voorzichtig er
Naar binnen toe gegaan
Het was er wel een troep
De afwas was nog blijven staan

Er waren zeven bedden, zeven kussens
Zeven slopen
“Maar niet zeven toiletten
Mag ik toch wel zeker hopen?”

Dat zei ze en dat was ook zo
Dáárvan was er maar één
Maar verder was van alles zeven
Dat zag ze daar meteen

“Ik weet niet wie hier wonen
Dat is nog een vraag gebleven
Maar wie het dan ook zijn
Het zijn er overduidelijk zeven!”

Dat zei Sneeuwwitje en toen is ze
Aan het werk gegaan
Ze heeft de vloer geboend en heeft
De afwas ook gedaan




Maar toen was ze zo moe geworden
Van de lotgevallen
Dat ze naar bed gegaan is en
Meteen in slaap gevallen

Een aantal uren later zag men
Daar tussen de bomen
De eigenaren van het huis
Tezaam naar huis toe komen

Het waren zeven dwergen
Die hun werk hadden gedaan
En van de Blauwe Bergen
Weer naar huis waren gegaan

Bij het betreden van hun pand
Verbaasden zij zich zeer
Want alles binnen was zo schoon
Er was geen afwas meer

Het huis werd nu doorzocht
En grondig op de kop gezet
En toen zei plotseling een dwerg:
“Er ligt iemand in bed!”

Het was een beeldschoon meisje
Dat ze daar nu zagen slapen
De zeven dwergen stonden haar nu
Samen aan te gapen

Maar plotseling begon de
Schone slaapster te bewegen
Ze sloeg haar ogen op
En daarna keek ze heel verlegen




Want veertien dwergenogen
Keken haar daar vragend aan
Terwijl de dwergen stokstijf
Rond Sneeuwwitje bleven staan

Ze zei: “Ik ben Sneeuwwitje
En op zoek naar onderkomen
Zou het misschien ook mogelijk zijn
Om hier in huis te komen?”

“Want ik ben op de vlucht
Omdat men mij vermoorden wil
Hier zal ik veilig zijn
Omdat het eenzaam is en stil”

De dwergen zijn onmiddellijk
Toen in beraad gegaan
En hebben het Sneeuwwitje heel
Ruimhartig toegestaan

“Gelukkig!”, dacht Sneeuwwitje
In het zachte dwergenbed
“Het lijkt er op dat ik zodoende
Net nog ben gered!”

Maar op twee dagen afstand
In het koninklijk kasteel
Daar zag Sneeuwwitjes stiefmoeder
Nog altijd groen en geel

Van nijd omdat haar toverspiegel
Aan haar had verteld
Dat de prinses niet dood was
Zoals men haar had gemeld




Dus ging ze nu meteen opnieuw
Iets heel gemeens verzinnen
En na wat denken schoot haar toen
Een duivels plan te binnen

Ze nam wat mooie appels
En deed toen vergif er in
Waarna ze zich verkleedde
Als een aardige boerin

Daarna ging ze op weg
Naar ‘t afgelegen dwergenhuis
Ze had het snel gevonden
En er was ook iemand thuis

“Gelukkig!”, dacht de koningin
“Dat valt me reuze mee”
Ze belde en het was Sneeuwwitje
Die toen open dee

“Dag lieve kind, ik heb voor jou
Hier heel erg lekker fruit
Probeer maar eens een appeltje
Kies er maar eentje uit!”

Sneeuwwitje nam een appel en
Ze beet er dadelijk in
En daarna klonk een schaterlach
Van de valse koningin

De zeven dwergen kwamen thuis
Ze keken in het rond
En zagen daar Sneeuwwitje plotsklaps
Liggen op de grond




Ze was heel bleek en voelde koud
Haar ogen waren dicht
En alle dwergen huilden want
Het was zo’n naar gezicht

Ze hebben toen een kist gemaakt
Een kist gemaakt van glas
En hebben haar daar in gedaan
Precies zoals ze was

Na weken kwam een prins voorbij
Die zag de kist daar staan
Hij steeg toen af van zijn wit paard
En is er heen gegaan

En nu hij daar Sneeuwwitje zo
Zag liggen achter ‘t glas
Zei hij: “Ik geloof beslist
Dat het een koningsdochter was”

“Ach dwergen open toch die
Glazen kist voor mij heel even
Zodat ik daarna de prinses
Een kus zal kunnen geven”

De dwergen stonden het hem toe
En maakten de kist open
En plotseling: wat een geluk!
Haar ogen gingen open!

Het appelstukje met vergif
Was uit haar keel geschoten:
Omdat het paard toevallig
Tegen de kist had aangestoten




“Wil je me trouwen?”, sprak de prins
Tot het meisje van zijn dromen
En toen Sneeuwwitje ja zei heeft hij
Haar snel meegenomen

De dwergen namen afscheid
Van de prins en van Sneeuwwitje
Die aankwamen bij zijn kasteel
Na een behoorlijk ritje

Na een paar weken werd getrouwd
Het was een reuze feest
Nog nooit was er op het kasteel
Iets dergelijks geweest

En ook de dwergen waren naar
Het huwelijk gekomen
En hadden alle zeven
Een cadeautje meegenomen

vorige gedicht
Toevoegen aan favorieten

Ingezonden door

Geplaatst op

Over dit gedicht

Sneeuwwitje op rijm

Geef uw waardering

Op basis van 6 stemmen krijgt dit gedicht 3 van de 5 sterren.

Social Media

Tags

Sneeuwwitje

Reacties op ‘SNEEUWWITJE’

Er zijn nog geen reacties geplaatst bij dit gedicht, een reactie plaatsen kan hieronder!

Reageren

We gebruiken uw gegevens alleen om te reageren op uw bericht. Meer info leest u in onze Privacy & Cookie Policy.

Wilt u direct kunnen reageren zonder elke keer naam en e-mailadres in te voeren? Meld u hier aan voor een account!

SNEEUWWITJE